Lagere transitievergoeding voor werkgevers met minder dan 25 werknemers
Werkgevers met minder dan 25 werknemers die mensen moeten ontslaan vanwege een slechte financiële situatie, kunnen sinds 1 januari 2019 eerder gebruik maken van de overbruggingsregeling.
Transitievergoeding
21846
post-template-default,single,single-post,postid-21846,single-format-standard,stockholm-core-1.0.8,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-5.1.5,ajax_fade,page_not_loaded,vertical_menu_enabled,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive

Lagere transitievergoeding voor werkgevers met minder dan 25 werknemers

In de markt zijn twee problemen geconstateerd met betrekking tot de transitievergoeding voor kleine werkgevers. Het eerste probleem is dat regels voor het betalen van een lagere transitievergoeding voor kleine werkgevers die in financiële nood verkeren veel te streng zijn. Het tweede probleem is dat de transitievergoeding niet kan worden opgenomen als voorziening in de jaarrekening.

De transitievergoeding

Iedere werknemer die twee jaar of langer in dienst is en wordt ontslagen of van wie het tijdelijke dienstverband op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet heeft in principe recht op een transitievergoeding. De hoogte van de transitievergoeding is niet afhankelijk van de grootte van de werkgever. De transitievergoeding is bedoeld ter compensatie voor het ontslag en voor de transitie naar een nieuwe baan en het idee is dat het daarbij niet uitmaakt of de werknemer die zijn baan kwijtraakt bij een grote of bij een kleine werkgever werkte.

Overbruggingsregeling transitievergoeding

Bij de introductie van de transitievergoeding is een tijdelijke overbruggingsregeling in het leven geroepen voor werkgevers met minder dan 25 werknemers. Als sprake is van een slechte financiële situatie, dan mogen zij de opbouw voor 1 mei 2013 buiten beschouwing laten bij het berekenen van de transitievergoeding(en).

Versoepeling van de regels per 1 januari 2019

De voorwaarden om voor een overbruggingsregeling in aanmerking te komen zijn in de praktijk te zwaar gebleken. Reden waarom de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de regels per 1 januari 2019 heeft versoepeld.

Let op! De nieuwe voorwaarden gelden alleen voor ontslagaanvragen die zijn ingediend op of na 1 januari 2019.

De nieuwe voorwaarden

Per 1 januari 2019 gelden de volgende voorwaarden:

  • Er moet sprake zijn van een ontslagaanvraag vanwege (in elk geval ook) een slechte financiële situatie;
  • Het moet gaan om een kleine werkgever;
    • Een kleine werkgever is volgens de regeling een werkgever die in de periode van 1 juli tot en met 31 december, in het jaar vóórdat de ontslagaanvraag is ingediend, minder dan 25 werknemers in dienst had.
  • Er moet sprake zijn van een nettoresultaat dat gemiddeld lager is dan 0;
    • Het gemiddelde wordt genomen over de 3 boekjaren voor het jaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.
  • De waarde van het eigen vermogen mag niet hoger zijn dan 15% van het totale vermogen aan het einde van het boekjaar;
    • Ook hier gaat het om het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.
  • Ook mag de waarde van de vlottende activa niet hoger zijn dan de schulden
    • Peildatum hiervoor is het einde van het boekjaar voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.
    • Het gaat om schulden met een resterende looptijd van maximaal 1 jaar.

Ontslagaanvragen van vóór 2019

Voor ontslagaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2019, gelden nog de ‘oude’ voorwaarden. Dat betekent dat:

  1. Het netto resultaat in elk van de 3 boekjaren voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend lager moet zijn geweest dan 0. Een incidentele plus in één van de drie boekjaren betekent al dat geen beroep op de overbruggingsregeling kan worden gedaan (vanaf 1 januari 2019 moet sprake zijn van gemiddeld minder dan 0).
  2. De waarde van het eigen vermogen aan het einde van het boekjaar voor het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, moet negatief zijn (vanaf 1 januari 2019 mag het eigen vermogen maximaal 15% van het totale vermogen bedragen.

Verklaring vragen

Om de overbruggingsregeling te mogen toepassen, moet de werkgever een verklaring hebben van het UWV. Die toestemming kan hij vragen in het aanvraagformulier voor de ontslagvergunning(en) wegens bedrijfseconomische redenen (deel C).

Transitievergoeding als voorziening op de jaarrekening

Bij het ontslag van een werknemer is de werkgever dus bijna altijd een vergoeding verschuldigd. Bovendien staat redelijk vast hoe hoog die vergoeding is. Voor werkgevers zou het fijn zijn als zij zich daarop kunnen voorbereiden door middelen te reserveren. Met name het midden- en kleinbedrijf (mkb) vragen een mogelijkheid om hiervoor een voorziening te treffen.

Fiscale regels – redelijke mate van voorzienbaarheid

Om een algemene voorziening te mogen treffen schrijven de fiscale regels voor dat op de balansdatum een redelijke mate van zekerheid moet bestaan dat de uitgaaf zich in de toekomst zal voordoen. De transitievergoeding is een aanspraak die pas ontstaat nadat ontslag op initiatief van de werkgever heeft plaatsgevonden. De toekomstige uitgaaf is daarmee in de regel niet vooraf met redelijke mate van zekerheid te voorzien.

Soms mag een voorziening wel

Soms is de toekomstige uitgaaf van een transitievergoeding wel met voldoende zekerheid te voorzien. Dat geldt voor dienstverbanden die na de balansdatum eindigen of zullen worden beëindigd. In die gevallen weet de werkgever met voldoende zekerheid dat hij een transitievergoeding moet betalen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in zijn brief van 17 december 2018 laten weten dat in die gevallen op de balansdatum wèl een voorziening mag worden gevormd. ority63 \lsdl

No Comments

Post a Comment