Instructies over kleding en uiterlijk
Heeft een werkgever iets te zeggen over de manier waarop werknemers eruit moeten zien?
Kleding
21864
post-template-default,single,single-post,postid-21864,single-format-standard,stockholm-core-1.0.8,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-5.1.5,ajax_fade,page_not_loaded,vertical_menu_enabled,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive

Instructies over kleding en uiterlijk

Een accountmanager van een bank die in zijn shorts met teenslippers op zijn werk komt geeft geen pas. Dat geldt ook voor een verpleegster met vingers vol met ringen en voor een stewardess met kobaltblauwe hanenkam.

Deze voorbeelden zijn vrij duidelijk. Iedereen begrijpt dat de werknemers in deze drie voorbeelden over de schreef gaan. In het eerste en derde geval omdat hun uiterlijk niet past bij het werk dat ze doen. In het tweede geval vanwege de broodnodige hygiëne bij patiëntenzorg.

Regels

In de praktijk ligt het natuurlijk meestal genuanceerder. Een receptioniste met een zwarte spijkerbroek kan meestal nog wel, maar een receptioniste met een versleten spijkerbroek vindt een werkgever vaak minder gepast.

Heeft een werkgever iets te zeggen over de manier waarop werknemers eruit moeten zien?
Jazeker, daar heeft een werkgever iets over te zeggen. Hoewel hij niet zomaar alles kan en mag verbieden of verplichten, gaat zijn zeggenschap best ver.

Instructierecht van de werkgever

Deze zeggenschap ontleent een werkgever aan wetsartikel 7:660 BW; het instructierecht. Op grond van dit instructierecht mag de werkgever bepalen hoe het werk moet worden uitgevoerd en moet de werknemer zich daar aan houden. Op grond van dit instructierecht mag een werkgever dus ook bepalen hoe een werknemer er tijdens zijn werk uit moet zien. Uiteraard moeten de instructies wel redelijk zijn.

Een werkgever kan een secretaresse bijvoorbeeld niet verplichten om alleen de dure kleding van Dolce & Gabbana te dragen (als ze dat zelf moet betalen). Een winkelmedewerkster verplichten om alleen stilettohakken van minstens 10 centimeter te dragen, is meestal ook niet redelijk. Maar een kinderdagverblijf mag zijn pedagogisch medewerk(st)ers in principe wel verplichten om een bedrijfspolo in een paars-gele combinatie te dragen. Oók als de pedagogisch medwerk(st)ers die spuuglelijk vinden.

Kleding

De werkgever kan instructies geven over kleding die niet is toegestaan. Bijvoorbeeld dat het binnen zijn bedrijf niet is toegestaan om spijkerbroeken, slippers en truien en shirts met grote opdrukken te dragen. Maar hij mag ook instructies geven over kleding die juist wel moet worden gedragen. Bijvoorbeeld dat mannelijke werknemers een kostuum met een overhemd, en vrouwelijke een mantel- of broekpak met blouse moeten dragen.

Kleding en religie

Als het gaat om het verbieden van religieuze uitingen of het verplichten van bepaalde kleding die in strijd is met de geloofsovertuiging van werknemers, dan moet de werkgever extra opletten. Het verbod of gebod om bepaalde kleding wel of niet te dragen kan in dat geval discriminator zijn.

Het verbieden van het dragen van hoofddoekjes mag meestal niet. Het argument dat hoofddoekjes niet passen bij de bedrijfskleding gaat bijvoorbeeld vaak niet op. De werkgever heeft immers de mogelijkheid om bij de bedrijfskleding passende hoofddoeken beschikbaar te stellen. Vuistregel is dat de werkgever moet zoeken naar een oplossing als het gaat om regels die conflicteren met religieuze overtuigingen.

Kleding en veiligheid

Bij regels over kleding en uiterlijk die zijn ingevoerd voor de veiligheid, heeft de werkgever veel meer zeggenschap. Een werkgever heeft immers de verplichting om zijn werknemers zo goed mogelijk te beschermen tegen de gevaren van het werk. Als dat betekent dat werknemers signaalkleding, vlam-vertragende jassen of schoenen met stalen neuzen moeten dragen, dan moeten de werknemers zich daar gewoon aan houden. In dit soort gevallen gaat het belang van de werkgever; de veiligheid van zijn werknemers, bijna altijd boven het belang van de werknemer.

Kleding en hygiëne

Wat geldt voor kleding en veiligheid, geldt ook voor kleding en hygiëne. Als de werkgever uit oogpunt van hygiëne bepaalde kleding- en uiterlijke regels voorschrijft, dan gaat zijn belang ook bijna altijd boven het belang van de werknemer. Oók als de regels in strijd zijn met de geloofsovertuiging van de werknemer.

Zo raakte een medewerkster op de afdeling Kindergeneeskunde van een ziekenhuis haar baan kwijt[ toen zei weigerde om korte mouwen te dragen. Het dragen van korte mouwen was in strijd met haar geloofsovertuiging. Maar dat woog minder zwaar dan het infectiegevaar voor de patiëntjes dat het dragen van lange mouwen met zich meebracht.

Gerechtvaardigd doel

Als de werkgever een gerechtvaardigd doel heeft dat alleen kan worden bereikt door een bepaald voorschrift uit te vaardigen, dan kan het belang van de werkgever voor het belang van de werknemer gaan. Als het doel van de werkgever het bevorderen van de veiligheid of van de hygiëne is, dan zijn de kansen van de werkgever meestal groter.


No Comments

Post a Comment